Op zoek naar betaalbaar bouwen: prefab, modulair of een inschuifhuis?

Steeds meer mensen kiezen voor prefab of modulair bouwen, omwille van de prijs, de voorspelbaarheid en de snelheid waarmee gebouwd wordt. Al zijn kant-en-klare modules vaak moeilijk of zelfs onmogelijk te realiseren voor een huis in de rij. Maar daar hebben ze in Gent wat op gevonden: het InschuifHuis.

Prefab heeft voor heel wat mensen nog een negatieve connotatie: voor hen staat het voor een geprefabriceerde fabriekswoning van lage kwaliteit. Maar als het dat ooit al was, dan is dat anno nu zeker niet meer het geval. Er valt immers heel wat te zeggen voor prefab. Wanden, daken en andere elementen worden bijvoorbeeld in een fabriek vervaardigd, waardoor de bouw ervan niet afhankelijk is van het weer. Bovendien wordt er vaak met gekende en gestandaardiseerde volumes en processen gewerkt, en zijn er regelmatige kwaliteitscontroles ingebouwd, zodat het risico op bouwfouten kleiner wordt.

Veel sneller

Uiteraard moet alle bouwelementen die uit de fabriek komen ook voldoen aan de recentste bouwnormen qua isolatie en veiligheid. Een ander groot voordeel is dat een prefab woning bouwen veel sneller gaat: het is veelal een kwestie van weken, in plaats van maanden. Waardoor je als klant ook veel meer prijszekerheid hebt: je weet op voorhand hoeveel je huis gaat kosten. Terwijl bij een gewoon bouwproces de prijzen onderweg nog weleens de pan uit kunnen swingen. Doordat energie- of materiaalkosten stijgen, bijvoorbeeld, of de architect of aannemer een inschattingsfout maakte.

Woonmodule

Ten slotte heb je bij prefab minder materiaalverlies en minder bouwafval, doordat het bouwproces gestandaardiseerd en geïndustrialiseerd is. Wat goed is voor je portemonnee én het milieu. Al bij al dus een erg (kosten)efficiënte manier van bouwen, die daardoor ook aan populariteit wint. Een bijzonder vorm van prefab huizen zijn modulaire woningen, die het principe verder doordrijven. In dit geval worden immers geen aparte bouwelementen in een fabriek vervaardigd, maar hele woonmodules of zelfs afgewerkte woningen.

Minder keuzemogelijkheden

Handig, zo’n woning die zo goed als afgewerkt op de bouwplaats aankomt. En een erg flexibele manier van wonen bovendien: een jong koppel kan beginnen met een basismodule, en die geleidelijk uitbreiden naarmate het gezin groeit. Of er een zorgwoning aan toevoegen voor de oude dag. Maar er zijn natuurlijk ook nadelen. Zo zijn je keuzemogelijkheden beperkt: je moet kiezen uit een aantal standaardmodules of -volumes, helemaal je eigen zin doen is niet bij. En hetzelfde geldt voor verbouwen: je kan wel volumes of modules toevoegen, maar het helemaal naar eigen goeddunken aanpassen kan niet.

Het InschuifHuis

Modulair wonen is vaak geen oplossing voor rijwoningen. Ze werken immers met standaardplannen en -formaten. Maar daar hebben ze bij LabLand in Gent wat op gevonden: Het InschuifHuis. Labland is een vzw die experimenteert met stedelijk bouwen en wonen in de toekomst.

Hun inschuifhuis is een op maat gemaakte prefab woning die tussen twee huizen wordt ingeschoven. En zo combineert ze het beste van twee werelden: je hebt een woning die aangepast aan de bouwplaats waar je gaat wonen, maar tegelijk wordt die helemaal in de fabriek gebouwd, en wordt ze pas als ze klaar is naar het terrein vervoerd.

Een handig systeem, want in onze stads- en dorpskernen staan heel wat rijhuizen die in zo’n slechte staat zijn dat ze eigenlijk nauwelijks nog te renoveren zijn. Slopen en een nieuw huis bouwen is dus vaak de boodschap. En dan blijkt zo’n inschuifhuis een behoorlijk interessante optie. Het eerste inschuifhuis dat LabLand opleverde, in 2023, kostte immers in totaal 175.000 euro, en dat was inclusief keuken, badkamer, zonnepanelen, groendak en zelfs schilderwerken. Behoorlijk concurrentieel dus met een traditionele bouw, en bovendien klaar in vijf weken.

Ecologisch en circulair

Ook interessant: LabLand recupereert zoveel mogelijk materialen uit de gesloopte woning, en hangt de principes van ecologisch en circulair bouwen aan. Dat betekent onder meer dat alle onderdelen zo demonteerbaar mogelijk worden gebouwd. Handig als er ooit vloeren, een keuken, een badkamer of andere stukken aan vervanging toe zijn. En als ooit de hele woning versleten is, kunnen de materialen gemakkelijk worden gescheiden en gerecycleerd of hergebruikt. Wat in een traditionele woning veelal een pak moeilijker is.